negen zonen. De zus maakt de lijst met kinderen compleet. Hun totaal is elf.
Dezelfde reeks bevestigt verschillende controles. We tellen de zonen, dat zijn er negen. We tellen een zus, dat is er één. We tellen de vader, ook één. Het totaal blijft elf.
De zinsbouw is vatbaar voor een veelgemaakte fout. De oplossing is om aan te nemen dat voor elk van de negen zonen een zus aan de voorwaarde voldoet.
Het dagelijks leven kent vergelijkbare situaties. Uitdrukkingen die zich lijken te herhalen, kunnen gemeenschappelijke elementen beschrijven. Door